Geplaatst op 02 oktober 2018

Ik rijd weg bij het ziekenhuis waar ik zojuist een eerste gesprek heb gehad met Judith en Roel, allebei in de twintig. Hun moeder Jolanda is gevonden in haar eigen huis, in de keuken. Ze is overleden aan een aneurysma en het heeft drie dagen geduurd voor ze gevonden werd door een vriendin. Jolanda is maar 53 jaar geworden. Judith en Roel zijn veel te jong om hun moeder al te moeten missen en zijn behoorlijk aangeslagen. Helaas is er geen vader of partner in beeld, dus ze zullen samen de uitvaart moeten gaan regelen. Een hele opgave voor zulke jonge mensen ...

Judith en Roel willen dat hun moeder opgebaard wordt in het uitvaartcentrum. Ik rijd achter de rouwauto met hun moeder aan om haar daar naartoe te brengen. De medewerker van het mortuarium heeft Judith en Roel sterk afgeraden nog afscheid te nemen van hun moeder. Het zou volgens hem schokkend kunnen zijn als zij hun moeder zo voor het laatst zagen. Ik heb met Judith en Roel afgesproken dat ik hen zal bellen als we klaar zijn in het uitvaartcentrum, dan komen zij er ook naar toe.

Ik kleed Jolanda samen met de chauffeur van de rouwauto. We leggen haar in de kist die haar kinderen voor haar hebben uitgekozen en brengen haar naar haar kamer. Met Judith en Roel heb ik afgesproken dat ik de kist zal sluiten voor zij komen. Ik sta nog even naar Jolanda te kijken. Ik zie op haar gezicht grote rode vlekken, de huid is verder veelal verkleurd en ze heeft wat wondjes heeft aan haar mond en aan de zijkant van haar hoofd. Waarschijnlijk door de val die ze gemaakt heeft. Het idee dat ik de kist moet gaan sluiten en dat ik de laatste mens ben die haar gezien heeft staat me eigenlijk helemaal niet aan. Judith en Roel hebben geen afscheid hebben kunnen nemen van hun moeder. Bij alle belangrijke momenten die nog gaan komen in het leven van Judith en Roel zal hun moeder er niet bij zijn ....

Dan ga ik iets doen wat eigenlijk tegen mijn principes ingaat. Ik besluit een poging te doen om Jolanda toch toonbaar te maken voor haar kinderen. Normaal gesproken overleg ik altijd met de nabestaanden voor ik iets doe, maar in dit geval zet ik dat aan de kant, in hun belang. Mocht mijn poging niet lukken dan zal ik de kist alsnog sluiten voor haar kinderen komen en zal ik hier verder niets over zeggen.

Ik ben een uur bezig met Jolanda en dan ben ik tevreden. Ik bel Judith en Roel en vertel hen wat ik gedaan heb. Ik stel hen voor dat ze naar het uitvaartcentrum komen en alsnog afscheid nemen van hun moeder. Ik leg hen ook uit waarom ik zo gehandeld heb, dat ik uit ervaring weet hoe belangrijk daadwerkelijk afscheid nemen is en maak mijn excuses dat ik dit gedaan heb zonder overleg met hen. Er is twijfel bij hen beiden. Ze geven aan het advies van de medewerker van het mortuarium ter harte te hebben genomen. En ze hebben zich er eigenlijk al bij neergelegd. Ze bedanken me voor de moeite maar vragen me of ik toch de kist wil sluiten.

Weer terug bij Jolanda zeg ik nog wat tegen haar en wens haar een goede laatste reis, daarna leg ik de deksel op de kist. Als ik de knoppen wil pakken om de kist af te sluiten gaat mijn telefoon. Het zijn Judith en Roel, ze hebben zich bedacht en komen er meteen aan. Ik ontvang hen vijf minuten later in de koffiecorner. Ze zijn gelijk gekomen maar twijfelen toch nog steeds of ze dit wel moeten doen. Ze vragen me of ik weet wat zij moeten doen. Ik geef aan dat ik uit ervaring weet dat het belangrijk is dat zij hun moeder nog zullen zien. Ik leg uit hoe Jolanda er nu uitziet en wat ze kunnen verwachten te zien en geef aan dat het volgens mij prima kan. Maar dat het een advies is en dat het vooral hun eigen beslissing moet zijn. Schoorvoetend lopen zij na twintig minuten met me mee naar de opbaarkamer.

Als we naar binnen gaan loopt Roel gelijk naar zijn moeder toe.Judith blijft aarzelend op de drempel staan. Ik vraag haar naast me te komen staan aan het voeteneind van de kist, dit doet ze schoorvoetend. Ze kijkt naar haar moeder die voor ons ligt. Na een paar seconden zakken haar schouders en laat ze hoorbaar haar adem los. Ze ontspant zichtbaar en gaat naast haar broer staan, ze slaan de armen om elkaar heen. Ik zeg dat ik hen nu even alleen zal laten en op de gang op hen wacht.

Als ze naar buiten komen zijn Roel en Judith heel verdrietig maar op een bepaalde manier ook tevreden. 'Het is goed zo', geven ze aan. Ze vragen me de kist te sluiten en vertrekken in stilte, vol van hun verdriet.

Na de uitvaart in het nagesprek vertellen ze me dat het hen heel goed heeft gedaan dat ze toch afscheid hebben kunnen nemen van hun moeder. Het heeft hen erg geholpen bij het besef dat hun moeder daadwerkelijk niet meer leeft. Dat was heel pijnlijk voor hen op dat moment, maar de verwarring en het ongeloof verdwenen daarmee ook vrij snel. Hierdoor waren ze veel beter in staat bewust afscheid van haar te nemen. Als we elkaar met een omhelzing gedag zeggen en ik hen alle goeds voor de toekomst wens, voel ik me geraakt door deze jonge mensen. Ik heb bewondering voor het feit dat ze zo bewust hun keuzes maken, met alle gevoelens die daarbij horen.


Reacties

Laat een reactie achter



(Uw e-mailadres wordt niet publiekelijk weergegeven.)


Captcha Code

Klik op de afbeelding voor een andere captcha.